
Verder kijken dan Iran
Hoewel het staakt-het-vuren tussen de VS en Iran broos is, wordt het steeds duidelijker dat beide partijen streven naar de-escalatie. Beleggers beginnen verder te kijken dan het conflict en verleggen hun focus naar de fundamentele economische en bedrijfsmatige factoren. En die zijn sterk. De wereldeconomie groeit, de winstmarges van bedrijven bevinden zich op recordhoogte en de verwachtingen voor de winstgroei zijn solide. Daarom handhaven we een bescheiden overwogen positie in aandelen. We hebben een voorkeur voor aandelen in opkomende markten, terwijl we voorzichtig blijven ten opzichte van Europa. Op sectorniveau zijn we positiever geworden over IT, terwijl we kiezen voor voorzichtigheid met vastgoed-gerelateerde aandelen. Eerder hadden we een neutrale visie op beide sectoren. Verder staan we neutraal ten opzichte van obligaties en zijn we positief over goud.
- Macro: veerkracht te midden van oorlog
- Aandelen: alle ogen gericht op winstcijfers
- Obligaties: inflatie drijft rentes omhoog
Macro: veerkracht te midden van oorlog
De economie toont veerkracht. De sluiting van de Straat van Hormuz heeft geleid tot een aanbodschok bij essentiële grondstoffen zoals olie, gas en helium. Maar er zijn verzachtende factoren die erop wijzen dat de wereldeconomie deze tegenwind kan opvangen en toch kan blijven groeien. Vanwege de Iran-oorlog hebben we wel onze inflatieverwachtingen verhoogd en onze groeiverwachtingen licht verlaagd. Naarmate de inflatieverwachtingen stijgen, zijn centrale banken meer geneigd om de rente ongewijzigd te laten of zelfs te verhogen. De kans op renteverlagingen neemt dan af. Toch denken we dat de vrees voor stagflatie – een situatie met hoge inflatie en lage economische groei – ongegrond is.
We hebben daar drie redenen voor. Ten eerste gaan we er in ons basisscenario van uit dat de ergste verstoring in de energievoorziening eind mei achter de rug zal zijn. We verwachten niet dat de situatie dan onmiddellijk weer ‘normaal’ wordt. Maar we denken wel dat de gevolgen op middellange termijn in dat geval beperkt blijven. Ten tweede was er vóór de oorlog sprake van een overaanbod aan olie én konden de olietekorten na het uitbreken van het conflict gedeeltelijk worden opgevangen. Bestaande pijpleidingen worden gebruikt om de Straat van Hormuz te omzeilen. En Aziatische economieën, die het hardst door de oorlog worden getroffen, maken steeds meer gebruik van kolencentrales. Ten derde zijn ontwikkelde economieën minder energieafhankelijk geworden. Energieschokken hebben hierdoor een veel kleinere impact op de markt dan in het verleden.
Toen het conflict begon, stond de wereldeconomie er goed voor. Dat was een sterk vertrekpunt. En we verwachten nog steeds dat alle regio’s dit jaar een solide groei zullen laten zien.
Aandelen: alle ogen gericht op winstcijfers
De oorlog met Iran is nog niet beëindigd. Maar de gesprekken over de verlenging van het staakt-het-vuren en de onderhandelingen in het algemeen hebben beleggers gerustgesteld. Aandelenmarkten zijn hersteld van hun aanvankelijke verliezen, waarbij Amerikaanse aandelenindices recent zelfs nieuwe recordhoogtes bereikten. Dit lijkt op het eerste gezicht misschien tegenstrijdig, gezien de situatie in de wereld. Maar er zijn veel positieve factoren die het vertrouwen van beleggers rechtvaardigen. Het belangrijkste is waarschijnlijk dat bedrijven er goed voor staan, met winstmarges op recordniveaus in zowel Europa als de VS. Bovendien verwachten we het komende jaar dubbelcijferige winstgroei in alle belangrijke regio’s. In combinatie met een krachtige economie en aanhoudende investeringen in AI hebben we alle ingrediënten voor solide aandelenrendementen.
Daar komt bij dat de winstverwachtingen van bedrijven sinds het begin van het jaar zijn gestegen, terwijl de aandelenkoersen beweeglijk waren. Hierdoor zijn de waarderingen van aandelen gedaald (koers/winstverhouding), zodat ze aantrekkelijker geprijsd zijn. De oorlog in het Midden-Oosten zorgt nog steeds voor onzekerheid – daarom zijn we niet overdreven optimistisch. Maar we voelen ons comfortabel bij een bescheiden overweging van aandelen. Regionaal gezien geven we de voorkeur aan opkomende markten en zijn we voorzichtiger met Europese aandelen.
Op sectorniveau hebben we de portefeuilleweging van informatietechnologie (IT) verhoogd naar overwogen. De weging van vastgoed hebben we verlaagd naar sterk onderwogen (eerder hadden we een neutrale positie in beide sectoren). De IT-sector, en met name het sub-segment halfgeleiders, kan verder profiteren van de aanhoudende opmars van AI. De krapte op de markt voor geheugenchips, de verbreding van de terreinen waar AI wordt gebruikt en de vraag naar geavanceerde ‘packaging’ ondersteunen allemaal het segment halfgeleiders, dat inmiddels de helft van de totale IT‑sector beslaat. Dit alles geeft de sector meer veerkracht tegen mogelijke economische tegenwind.
Onze voorzichtigere houding ten aanzien van vastgoed komt voort uit kwetsbaarheden binnen specifieke sub-segmenten. Zo kampt kantoorvastgoed met structurele uitdagingen, doordat de adoptie van AI en verdere digitalisering de vraag naar kantoorruimte verminderen. Daarnaast blijven residentiële vastgoedmarkten onder druk staan door stijgende kosten en door afnemende betaalbaarheid, wat de beleggingsrendementen onder druk zet.
Obligaties: inflatie drijft rentes omhoog
Als gevolg van het Iran-conflict zijn de inflatieverwachtingen gestegen. Op hun beurt hebben die hogere inflatieverwachtingen ervoor gezorgd dat obligatierentes sinds het uitbreken van het conflict fors zijn gestegen. Rond het begin van de oorlog liepen de risicopremies (credit spreads) op bedrijfsobligaties hard op. Maar na de aankondiging van het staakt-het-vuren zijn deze spreads weer gedaald. Hoewel deze marktreactie misschien wat optimistisch lijkt, gelden hier dezelfde argumenten die een herstel van aandelen ondersteunen
Maar de lage risicopremies – in combinatie met de extra onzekerheid als gevolg van het conflict – maken wel dat we terughoudend zijn met risicovollere obligaties. We vinden dat deze obligaties te weinig compensatie bieden voor het extra risico dat beleggers hiermee lopen. We blijven de voorkeur geven aan kwaliteitsobligaties – en dan met name aan bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit. Deze bieden meer rendement dan staatsobligaties, terwijl de risicokenmerken vergelijkbaar zijn.
Conclusie
De oorlog met Iran heeft een verstorende uitwerking gehad op de wereldwijde markten. Op korte termijn zal dat waarschijnlijk zo blijven. Maar we verwachten dat de ergste verstoring in de energievoorziening eind mei voorbij zal zijn, zodat de economie wat op adem kan komen. Dit vooruitzicht, in combinatie met recordwinstmarges voor bedrijven en hoge winstgroeiverwachtingen, heeft geleid tot een snel herstel van de markt. We blijven gematigd positief over aandelen en onze visie op obligaties is nog altijd neutraal. Binnen aandelen geven we de voorkeur aan opkomende markten, terwijl we voorzichtig zijn ten aanzien van Europa. Op sectorniveau zijn we positiever geworden over IT en terughoudender met aandelen in de vastgoedsector. Binnen obligaties geven we de voorkeur aan kwaliteitsleningen boven de risicovollere segmenten. Ten slotte blijven we positief over goud, waarmee beleggers spreiding kunnen aanbrengen in hun portefeuille.
Richard de Groot
Voorzitter ABN AMRO Beleggingscomité